Ruimtelijke Ontwikkeling 

Enkele voorbeelden 

2016-2017


Ruimte voor Advies in ruimtelijke ontwikkeling

Vele projecten die onder ruimtelijke ontwikkeling vallen kunnen nadelige effecten hebben om de flora en fauna in het projectgebied. Deze projecten kunnen variëren van een grote kwaliteits impuls zoals het rivierfront te Veessen tot een bestemmingsplanwijziging. Hierbij zijn dan ook verschillende toetsingen nodig. Voor een bestemmingsplanwijziging is een quickscan voldoende. Voor een een kwaliteits impuls zoals hieronder omschreven wordt er een risicoanalyse en effectenvoorspelling gedaan. In beide gevallen wordt getoetst op de mogelijke negetieve effecten op flora en fauna.  

 

Van bedrijventerrein naar woonwijk

In opdracht van: Consmema BV 2017

Voor dit project is een verkennende natuurtoets voor een terrein gelegen tussen de 3e Industrieweg, 4e Industrieweg en Hezenbergerweg te Hattem uitgevoerd. Op het terrein is momenteel onder andere het bedrijf Consmema gevestigd. De natuurtoets is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het laten uitvoeren van een dergelijke quickscan (voor het onderdeel soortenbescherming) en voortoets (voor het onderdeel gebiedsbescherming) heeft als doel om de (mogelijke) negatieve effecten van de ingreep op beschermde soorten en gebieden in te schatten. De basis van een quickscan en voortoets wordt gevormd door een bronnenonderzoek (verspreidingsatlassen, websites), expert judgement en een veldbezoek. Het betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden houden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. Uit de verkennende natuurtoets kan blijken dat negatieve effecten mogelijk zijn. In dat geval wordt gekeken of negatieve effecten met specifieke maatregelen voorkomen kunnen worden of dat nader onderzoek vereist is om de (mogelijke) effecten gedetailleerder in beeld te brengen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar en voor licht beschermde soorten 5 jaar.

De onderzoekslocatie betreft een bedrijventerrein in het uiterste zuidoosten van de bebouwde kom van Hattem in de gelijknamige gemeente, provincie Gelderland. Op de locatie is onder andere het bedrijf Consmema gevestigd. Dit bedrijf verhuist naar bedrijventerrein H2O, waarna de bedrijfsbestemming zal worden gewijzigd in woonbestemming.De werkzaamheden voortvloeiend uit de bestemmingsplanwijziging bestaan onder andere uit het slopen van de huidige bebouwing, het deels verwijderen van het bosplantsoen en het realiseren van nieuwe eengezinswoningen. Een monumentale beukenrij aan de westelijke rand van het terrein blijft behouden, mogelijk geldt dit ook voor enkele bomen langs de overige randen van de locatie.


Project Ontwikkeling Rivierfront te Veessen

In opdracht van: Gemeente Heerde 2016

Gemeente Heerde wil het rivierfront te Veessen een kwalitatieve impuls geven waardoor een aantrekkelijke rust- en pleisterplaats voor bewoners en recreanten ontstaat, deels ter compensatie van de Hoogwatergeul Veessen-Wapenveld in de omgeving van Veessen. Gemeente Heerde wilde graag weten of de realisatie van deze kwalitatieve impuls wel haalbaar is voor dat verdere uitwerkingen werden gerealiseerd. Ruimte voor Advies heeft de opdracht gekregen om een risicoanalyse op te stellen voor die project. Als de risico's te overzien zijn zal het project verder worden uitgewerkt. Bij verdere uitwerking is een vervolgsonderzoek noodzakelijk, het vervolg onderzoek bevat een effectenvoorspellingen en een flora en fauna quickscan


Risicoanalyse

In deze notitie gaat het om de mogelijke aanwezigheid van beschermde natuur in het plangebied van de IJsselkade te Veessen. Het is een eerste –praktische– inschatting, op basis van bodem-, top-, en satellietkaarten, beschikbare bronnen en ervaring met aanverwante projecten. Het is een bureaustudie met als uitgangspunt het schetsontwerp (GHD00115) van Buro Noord en de informatie aangedragen door Bureau voor Planvorming & Advies. Doel is om in een vroeg stadium de eventuele gevolgen voor het project te schatten. Centrale vraag daarbij: Wat is het risico op een conflict met de beschermde natuurwaarden bij het ontwikkeling van het project Rivierfront te Veessen? Het gaat om de gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet) en soortenbescherming (Flora- en faunawet). Sinds 1 januari 2017 zijn deze beide wetten opgenomen in de Wet Natuurbescherming.


Resultaten 

Conclusie inschatting haalbaarheid t.a.v. NB-wet

Effecten op doelstellingen van kwalificerende habitattypen en doelsoorten kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Een toename in recreatiedruk kan leiden tot een toename van verstoring van broedvogels en Bever, maar de mogelijke effecten zijn naar verwachting klein en beperkt tot het zomerhalfjaar. Effecten op stikstofgevoelige habitattypen kunnen optreden als de stikstofemissie toeneemt ten opzichte van de huidige situatie, maar dit lijkt niet het geval te zijn. Baggerwerkzaamheden vinden plaats binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied en kunnen leiden tot een effect op leefgebied van een aantal aangewezen vissoorten. Nader onderzoek is nodig om mogelijke effecten accuraat in beeld te brengen of uit te sluiten. Een mogelijke impact op N2000-doelstellingen is naar verwachting dusdanig klein dat het geen
gevaar voor de uitvoerbaarheid van het project vormt. Deze conclusie is echter geheel afhankelijk van het tijdig (laten) uitvoeren van de benodigde onderzoeken, afstemmen van planning en ontwerp en indien nodig doorlopen van de vergunningprocedure.

Conclusie inschatting haalbaarheid t.a.v. Ff-wet

De kans op aanwezigheid van strikter beschermde plantensoorten is mogelijk. De kans op aanwezigheid van strikter beschermde diersoorten is zeer waarschijnlijk. Het gaat naar verwachting, om soorten die min of meer gebonden zijn aan een bebouwing en een cultuurlijke inrichting. Daarnaast gaat het om vissen. De impact is klein of matig, zolang de bebouwing buiten schot blijft. Er hoeft geen vertraging of belemmering voor het project op te treden indien op de juiste wijze en vroegtijdig maatregelen worden genomen. Deze conclusie is echter geheel afhankelijk van het tijdig (laten) uitvoeren van de benodigde onderzoeken, afstemmen van planning en ontwerp en indien nodig doorlopen van de vergunningprocedure. Nader onderzoek is noodzakelijk: inventarisatie van planten over het terrein, vleermuisonderzoek indien extra verlichting in de nabijheid van water wordt geplaatst, bepaalde vissoorten t.b.v. werkzaamheden aan de onderwatertalud en waterbodem.

Naar aanleiding van deze conclusies kan het project verder worden uitgewerkt en een vervolg onderzoek gestart worden


Effectenonderzoek en flora en fauna quickscan Rivierfront Veessen

Het doel van dit project is het rivierfront een kwalitatieve impuls te geven waardoor een aantrekkelijke rust- en pleisterplaats voor bewoners en recreanten ontstaat. Om dit doel te bereiken worden kleinschalige maar kwalitatief hoogwaardige voorzieningen gerealiseerd op een plek die nu ook recreatief is bestemd zodat een beter samenhangend geheel ontstaat. Hierbij is de intentie dat cultuurhistorische, recreatieve, natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten behouden en waar mogelijk versterkt worden. Betrokken partijen zijn, naast de gemeente Heerde en provincie Gelderland, onder meer Rijkswaterstaat, recreatieondernemers in het gebied, Waterschap Vallei en Veluwe en Stichting Voetveer Veessen-Fortmond. Het projectgebied ligt aan de zuidrand van het dorp Veessen, gemeente Heerde in de provincie Gelderland.
Een beperkt deel van het projectgebied (de haveningang) ligt binnen de begrenzing van Natura 2000-gebied Rijntakken, namelijk de havenmonding. De Veesserwaarden ten (zuid)westen en de Duursche Waarden aan de tegenoverliggende oever van de IJssel zijn belangrijke natuurgebieden behorend tot Natura 2000-gebied Rijntakken. Het project mag niet leiden tot significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen. Naar aanleiding van de resultaten van de risicoanalyse en overleg met het bevoegd gezag bleek dat nader onderzoek nodig was om projecteffecten op kwalificerende doelsoorten en habitattypen gedetailleerder in kaart te brengen. Het onderzoek beschrijft de resultaten van de zogenaamde passende beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (anno 2017 Wet Natuurbescherming). Effecten op GNN en GO zijn in een eerder stadium reeds uitgesloten en worden in dit document niet opnieuw behandeld.
Daarnaast dient vanuit de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen gekeken te worden naar (mogelijke) effecten op beschermde soorten. In eerste instantie wordt een ecologische quickscan uitgevoerd. Uit de quickscan en eventueel aanvullend onderzoek blijkt of mitigerende/compenserende maatregelen nodig zijn en of er ontheffing aangevraagd moet worden voor één of meerdere deelactiviteiten. De bevindingen van het onderzoek in het kader van de Flora- en faunawet (anno 2017 Wet Natuurbescherming) worden eveneens in onderhavig rapport behandeld.
Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een verkennend veldbezoek, diverse aanvullende inventarisaties, beschikbare literatuur en verspreidingsgegevens. Daarnaast is ter ondersteuning van het onderzoek gesproken met eigenaren en vaste gasten.