Kantooratelier te Vaassen


Deze voormalige turfschuur uit 1876 staat aan het kanaal in Vaassen. Koning Willem 1 liet dit kanaal graven om werkgelegenheid te creëren en om meer water te krijgen bij paleis het Loo in Apeldoorn. Het kanaal heeft niet echt lang als economische ader gefunctioneerd. Al vrij snel reed de eerste trein en ook het vrachtverkeer nam toe. Toch heeft enkele jaren de watergang een bloeiende tijd gehad. Met de trekschuit werden goederen langs de kleine dorpjes vervoerd en het turf dat uit Drente kwam werd vanuit de Veluwse dorpjes naar het achterland vervoerd. Tot die tijd lag het opgelsagen in deze turfschuur die vandaag de dag als kantooratelier wordt gebruikt. 


Geschiedenis
Het kanaal loopt niet alleen parallel aan de IJssel maar volgt ook deels dezelfde route als de oude waterloop de Grift (Veluwe), waarover –voor zover dat te achterhalen is– vanaf de 16e eeuw scheepvaart plaatsvond met platbodems. Bekend is ook dat in 1619 vanwege de vele watermolens en lage bruggen een plan werd opgesteld om de Grift beter bevaarbaar te maken. Tweehonderd jaar later werden in de Franse tijd in Nederland voor nieuwe plannen opmetingen en een kostenberekening gedaan. Pas daarna, onder koning Willem I der Nederlanden werd een oplossing gevonden om de weerstand van de eigenaren van de vele watermolens aan de Grift te omzeilen. Er zou een geheel nieuw kanaal worden gegraven, vrijwel parallel aan de Grift. De Koning is zelfs bereid dit zelf te financieren. Hij wordt dan ook de kanalenkoning genoemd.. 

De opdracht werd verstrekt aan Hendrik Jan Lijsen, een beambte van paleis Paleis Het Loo. Hij werd de bouwmeester van het kanaal van Apeldoorn naar Hattem, waarvan de aanleg 1825 in Apeldoorn werd begonnen. Het kanaal werd officieel geopend op 13 april 1829 en had toen zo’n fl. 300.000 gekost, grotendeels gefinancierd door de koning. Het kanaal kreeg oorspronkelijk de naam Griftkanaal.

De exploitatie van het kanaal bracht echter minder op dan verwacht. Het onderhoud kostte meer dan sluis- en bruggelden opleverden. Dat werd in de hand gewerkt doordat de schepen moesten terugvaren over dezelfde route. In 1837 nam Rijkswaterstaat het beheer over, en in 1843 ook het eigendom van het kanaal. Volgens de statistieken kwamen er in 1851 maar 358 schepen naar Apeldoorn. Men besloot de aantrekkelijkheid van het kanaal te verhogen door er een doorgaande vaarweg van te maken. In 1858 startten de werkzaamheden om het kanaal door te trekken naar Dieren en het nieuwe traject geschikt te maken voor schepen met een laadvermogen tot 200 ton. Uniek was de drietrapssluis die in Dieren (Gelderland) de aansluiting op de IJssel vormde. Dit stuk van het kanaal werd officieel geopend op 1 december 1868.

De ontwikkelingen stonden in de [[binnenvaart]] niet stil en de schepen werden steeds groter. Het werd voor een lonende exploitatie noodzakelijk de afmetingen van het kanaal daarop af te stemmen. Vanaf 1878 werden daartoe tot begin jaren dertig van de 20e eeuw allerlei werkzaamheden uitgevoerd. De oude houten sluizen in het noordelijk kanaalgedeelte werden vervangen door gemetselde sluizen. Die werden van 22 m lang en 4,30 m breed gebracht op 31,25 m lang en 6,25 m breed. De [[Sluisdrempel|drempeldiepte]] werd daarbij van 1,42 m op 2,10 m gebracht. Door ook de bodembreedte van het kanaal te vergroten van 6,50 m tot 12 meter, de diepte van 1,60 m tot 2,10 m en de doorvaartwijdte van de bruggen op 6,5 m te brengen werd de gehele vaarweg van Dieren tot Hattem geschikt voor schepen tot maximaal 200 ton.

In de Tweede Wereldoorlog is aan de toen aanwezige 42 beweegbare bruggen herhaaldelijk schade toegebracht. Bij de Duitse aanval op Nederland in 1940, Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 zijn ze door het Nederlandse leger opgeblazen. Gedurende de oorlog zijn de meeste bruggen weer hersteld of door nieuwe vervangen, maar in april 1945 werden die weer door de terugtrekkende Duitse troepen opgeblazen. Ook de bedieningswerken van de sluizen in Hattem en Dieren werden herhaaldelijk vernield. In het kanaal zelf werden tientallen schepen tot zinken gebracht, maar begin 1946 kon het gehele kanaal weer voor de scheepvaart worden opengesteld.

Door de opkomst van de spoorwegen en gemotoriseerd wegverkeer verminderde het belang van het kanaal. Er was nog wel voldoende vracht op het gedeelte van Hattem naar de Berghuizer papierfabriek in Wapenveld. Maar ook dat liep terug, en verbreden en verruimen van dit gedeelte was te kostbaar. Per 1 januari 1962 werd het gedeelte vanaf de Berghuizer papierfabriek in Wapenveld tot Apeldoorn voor de scheepvaart gesloten.

Het scheepvaartverkeer van Dieren naar Apeldoorn was na de oorlog flink toegenomen en in 1954 werd in principe besloten dat stuk van het kanaal geschikt te maken voor kempenaars, schepen tot pakweg 600 ton. In Dieren werd een nieuwe sluis gebouwd met een schutlengte van 75 m, met een tussenhoofd te verdelen in een sluis van respectievelijk 30 m en 40 m, met een wijdte van 7,5 m, die al in 1957 in gebruik kon worden genomen. De oude drietrapssluis werd gesloopt.

Latere studies toonden aan dat er met een opwaardering van het kanaal niet voldoende rendement kon worden behaald en per 1 juni 1972 is ook het gedeelte van Dieren tot de Koudhoornse Sluis buiten gebruik gesteld. Alleen het gedeelte van de IJssel bij Hattem tot de Berghuizer papierfabriek in Wapenveld bleef nog tot 1982 voor de scheepvaart geopend.

In 1997 droeg Rijkswaterstaat het kanaal met toebehoren over aan het waterschap Veluwe. Een commissie stelde in 2001 een toekomstvisie op voor het verwaarloosde kanaal, waarin restauratie en het opnieuw bevaarbaar maken van het kanaal werd aanbevolen.

Anno 2009 is weer een klein stukje van het noordpand van het kanaal bevaarbaar: 3,4 km van de monding van de IJssel tot de Hezenbergersluis. Daarnaast zijn een aantal bruggen weer beweegbaar gemaakt en voorbereid op het openstellen van het kanaal voor de recreatievaart.